Urbanmag* laat de jonge honden los. Lees alles over het Theaterfestival, de voorstellingen, de makers, … en reageer!
Het Leven Zelve Begeleid Op Mandoline
(over The Broken Circle)

SUMMERSCHOOL KUNSTKRITIEK. Falende Messias

Posted: September 4th, 2009 | Author: Urbanmag | Filed under: Extra | Tags: , , , | No Comments »

 

 In zijn State of the Union pleitte Tim Etchells voor ‘een theater dat je naast een vreemde laat wandelen, hem jou ergens heen laat leiden, met de kans dat je op de een of andere manier zal zien hoe dit allemaal werkt’. Hiermee gaf hij de aftrap van Het Theaterfestival 2009. Een festival waar de meest belangwekkende voorstellingen van het afgelopen seizoen, geselecteerd door een vakkundige jury, nogmaals een podium krijgen. Bijzonder is dat die keuze dit jaar ook op een film valt. Episode 3 – ‘Enjoy Poverty’ van de Nederlandse kunstenaar Renzo Martens. Een documentaire, de maker zelf spreekt liever van een kunstwerk, waarin Martens zich afvraagt wie de armoede in Congo eigenlijk toekomt: de Congolezen zelf, de humanitaire instanties of de internationale persbureaus en daarmee indirect aan ons westerse kijker?

 

De maker zelf heeft deze controversiële productie alvast geen windeieren gelegd. In het najaar van 2008 was ‘Enjoy Poverty’ de opener van het IDFA, Internationaal Documentaire Festival Amsterdam. En afgelopen voorjaar was de film reeds geprogrammeerd op KunstenFestivaldesArts. Wegens het overrompelende effect van deze documentaire op de jury, is hij ook op dit festival te zien.

Martens neemt ons, als ‘afgezant van de kijker’, met de camera op zijn schouder mee de Congolese jungle in. Door een beregende lens zien we de grauwe lucht die boven een palmolieplantage hangt. Daar kapt een werknemer hectares struiken om. Voor drie dagen hard werken, verdient hij een halve dollar. Even later varen we in een houten sloep aan land en werpen een blik op de magere visvangst in de boot. Dan weer zien we diezelfde plantagearbeiders. Ditmaal vastgelegd op grote zwart-witfoto’s die op een expositie worden getoond. Gelaten kijkt er één met rechte rug in de camera, zijn shirt vol gaten. Denkt u dat deze mensen arm of rijk zijn, vraagt Martens aan een welgestelde, potentiële koopster op de tentoonstelling. Lange tijd zwijgt ze. ‘Arm’, zegt ze tenslotte verbeten.

Gewapend met zijn camera trekt Martens naar een plantagehouder. Werkgever van negenhonderd officieel aangeworven krachten. Daarnaast telt het bedrijf nog minstens vijfduizend dagloners. Hij confronteert de man met de ondervoedingproblematiek van kinderen op zijn plantage. ‘Goh, ja, waar begint ondervoeding?’ ‘Wat is daar de definitie van?’, reageert de man laconiek. Het is in zijn ogen allemaal vrij relatief wanneer er zestien op de achtduizend kinderen sterven. Al waren het er honderd op de achtduizend. Dat het hier een geldkwestie betreft, betwijfelt hij. Een ontmenste reactie. Toch zien we Martens even later zingend door de jungle lopen. Voor hem twee donkere dragers, elk met een stalen kist op het/hun hoofd.

Martens is een man met een missie zo blijkt. In een hut van een dorp zien we hem lokale fotografen onderwijzen. Van wie is de armoede? Staat er op een whiteboard te lezen. “Als armoede een cadeau is, geeft u ook iets terug aan de wereld.” “Zie armoede als een vorm van inkomsten”, zegt Martens. Samen met de fotografen maakt hij een korte berekening. Het fotograferen van feesten, hetgeen ze gewoonlijk doen, levert hen vijfenzeventig dollarcent per foto op. Kunnen ze niet beter overgaan tot het fotograferen van verkrachte vrouwen, ondervoedde kinderen en lijken en proberen deze foto’s aan westerse kranten te slijten? Dat levert gemiddeld zo’n vijftig dollar per foto op. De fotografen raken opgetogen over het idee.

Martens, hun nieuwe Messias. 

Samen trekken ze naar executieplaatsen en ziekenhuizen. Daar geeft Martens hen instructies over hoe ze het leed het best in beeld brengen. Hij vestigt hun aandacht op de ribbenkast van een graatmagere peuter, de dunne huid ziet op sommige plaatsen blauwpaars. “Neem de tijd. Zoek naar de juiste hoek. Het is belangrijk dat zoiets goed in beeld komt. Dan weten de mensen direct waar het om draait. Dat scoort in het Westen.” Het kind kijkt hen niet begrijpend aan.

Zat je zojuist nog met een onwennig gevoel toch ook glimlachend te kijken omwille van Martens inventiviteit, bij het zien van de vervolgscène groeit een hinderlijk ongemak en rijst de vraag hoe serieus Martens dit neemt, want ergens voel je dat dit plan gedoemd is tot mislukken.

De beelden van de lokale fotografen krijgen van de hulpofficials geen bijval. Fotograferen is meer dan alleen maar op een knop drukken, luidt het oordeel. Einde discussie.

Hij loopt samen met de fotografen op straat. De mannen zijn verward. Wat is er nu precies gezegd? Waarom werkt dit plan van hun vriend niet? “De foto’s zijn niet goed genoeg. Er komt geen perskaart”, deelt Martens hen koudweg mee. “Ze hebben hun feesten toch nog.” Hij loopt door en laat de Congolezen totaal verbouwereerd achter. Opnieuw vraag je je af hoe deze man zo onverschillig kan zijn.

In tegenstelling tot de gangbare documentaires over Afrika, in dit geval Congo, legt Martens met Episode 3 – ‘Enjoy Poverty’ geen rookgordijn. Hij confronteert ons met de keerzijde van ons voordelig consumeren. Daartoe voert hij de kijker langs plantages waar arbeiders tegen beschamend lage lonen werken voor ons. Het ‘vergeten’ achterland van  humanitaire hospitalen. Hier komen de ondervoedde kinderen vandaan van wie wij westerlingen speciaal foto’s laten nemen om er vervolgens in de krant met afschuw naar te kijken. Martens ontbloot aan de hand van deze documentaire de structuur van een mechanisme dat er bij gebaat is onrecht in stand te houden. En dat doet hij zonder scrupules.

Wie bekend is met het eerdere werk van Martens weet dat hij zich als maker geenszins wegcijfert in zijn documentaires. In Episode 3 – ‘Enjoy Poverty’  is dit niet anders. Als representant van ‘de blanke’ trekt Martens door Congo. Dat doet hij nu eens registrerend, dan weer confronterend, maar nergens reflecterend.  Hierin schuilt de opzet en kracht van de film. Als publiek ben je met momenten verbijsterd over zijn hardvochtigheid. Maar in wezen zijn wij niet anders. Sterker nog, onze ware aard zit in het kijken naar de documentaire vervat. Wie wordt er beter van ons kijken naar hun treurige situatie? Onze zelfgenoegzaamheid wordt gevoed met gestolen beelden en Martens zelf lift mee op het succes dat dit genereert.

En terwijl Martens ons op ludieke wijze confronteert met onze eigen hardvochtigheid, rest de Congolezen ondertussen niets anders  dan zoveel mogelijk van hun armoede te genieten, in plaats van ongelukkig zijn. Leg je neer bij de situatie dat is beter voor jullie rust, houdt hij hen voor. Daartoe heeft hij in het westen grote neonletters laten vervaardigen. Samen vormen zij de woorden: ENJOY POVERTY, die nu ergens in de bush het povere bestaan verlichten.

 

 

 

 

 

Margje Spindler



Leave a Reply