SUMMERSCHOOL KUNSTKRITIEK. Een Aspirientje voor de Dorst. Pijn en Hunkering in Depauws Johnson&Johnson.
Posted: September 4th, 2009 | Author: Urbanmag | Filed under: Extra | Tags: Johnson and Johnson, lucy van de wiel, Manah Depauw | No Comments »Als Sneeuwwitje die een appeltje eet, als Doornroosje die haar vingertje prikt, zo wordt ook het meisje in Depauws sprookje Johnson&Johnson door een zondig beest gestoken. En als een prins op het witte paard komt de jager haar redden met een zoen. Maar waar andere sprookjes eindigen met een lang en gelukkig leven, begint voor Depauw het verhaal pas echt. Een verhaal van bodemloze honger waar geen appeltje tegenop kan.
Johnson&Johnson, dat deze week in de Kaaistudio’s opgevoerd wordt, is een vertelling over een meisje in een paradijselijk bos dat een “goede ziekte” oploopt. Alleen de pijnstiller van de voorbijkomende jager Johnson kan haar genezen. Nadat haar lichaam verslaafd raakt aan zijn zalving weet hij haar met wat kundige chantage tot zijn vrouw te maken. Zij belooft niet alleen trouw, maar ook hem nooit recht in het gezicht te kijken. In de wittebroodsweken stilt zij zijn honger in de keuken, hij de hare in bed. Maar als zij op een kwade dag haar man in het badwater gereflecteerd ziet, toont de jager zijn ware janusgezicht. Hij onthoudt haar de pijnstiller waar zij zo naar dorst. Er volgt een huwelijk waarin dood, verlangen en wanhoop altijd nabij zijn tot het meisje recht en vagina in eigen hand neemt.
Met All Along the Watchtower (2007) presenteerde Depauw al eerder een pervers sprookje dat niet schuw is van de prikkelende maar dodelijke combinatie van jagers en schoolmeisjes. In de onbeteugelde speelstijl die Depauw eigen is, verloor zij met tegenspeler Bernhard van Eeghen meermaals haar onschuld. Natuurlijk in een bos, haar favoriete decor. In een nog vroeger stuk, Good Habits (2003), werden de bomen zelfs opgegeten. De belangrijkste gemene deler in Depauws werk echter is haar fascinatie voor lichamelijkheid, abjectie en de jonge vrouw, die ook in stukken als How do you like my Landscape? (2007) en Endless Medication (2001) centraal stonden. Een thematiek die veelal met de nodige gorigheid benaderd wordt. Ook in Johnson&Johnson vindt het meisjesachtige hoofdpersonage allerhande gruwels op haar pad: een necrofiele jager, een vleesetende muis, een bloedfontein.
Dit alles vinden we temidden van een dozijn kale bomen, een miniatuur landhuis en daarachter een grote ronde maan; een simpel gefiguurzaagd decor waarbinnen Depauw een zeer zintuiglijke belevenis weet neer te zetten. Door intelligent gebruik van videoprojectie, audio-dubbing en sfeerbepalend lichtwerk komt de enscenering tot leven en ruik je de wanhoop. De seks is voelbaar, de angst dichtbij.
Maar het is vooral het inventieve geluidsdecor dat de sfeer laat proeven. Depauw heeft in samenwerking met DJ Enjoy Apocalypse een diepe, experimentele sound gecreëerd die dan de adem beneemt, dan geruststelt; die een decor an sich is. De onweersoundscape maakt een lichtflits tot bliksem. Een ritmisch gekraak maakt een lege keuken angstaanjagend.
Bijzonder is bovendien het gebruik van stemmen die als lichaamsloze spelers worden ingezet om de meervoudige identiteit van de twee karakters te suggereren. Hierin horen we de oorsprong van het stuk in de hoorspelen die Depauw met Marijs Boulogne maakte in het FM Brussel radioprogramma Van Aangezicht tot Aangezicht (of, zoals ze er zelf aan refereert, Van Aangezicht tot Achterwerk).
De vele gezichten van jager Johnson&Johnson en het meisje verschijnen ook op scène. Naast Depauw en haar tegenspeelster Soetkin Demey, die respectievelijk de jager en het meisje spelen, zijn er twee levensechte poppen die lijdzaam beide rollen ondergaan. Ze worden vol enthousiasme opgegraven, verkracht en getrouwd in het burlesque spel van de twee actrices. Het is deze speelstijl die de nodige luchtigheid bubbelt in de gruwelijke thematiek van het stuk. Tegelijkertijd vestigt de performance van de bronstige Johnson en het verlangende meisje de aandacht op het rollenspel dat met sekseverschil gepaard gaat.
Johnson&Johnson ontkracht genderstereotypen door de jager langzaam zijn mannelijkheid te laten verliezen ten gunste van het meisje. Depauw schetst een wereld waarin de penetrator eerst de verstoorder is van “het tedere bos” en na een interventie van Vrouwe Justitia zelf slachtoffer wordt van een opslokkend lichaam.
Johnson, die opkomt met geile heupen en een lichaam als een erectie, die zich introduceert met een necrofiele daad op een half-begraven vrouw, moet zijn viriliteit zwaar bekopen. Het meisje, daarentegen, leert steeds minder afhankelijk van hem te zijn en eigent zich uiteindelijk zijn mannelijkheid toe. Dit overigens zonder haar vrouwelijkheid te verliezen; het happy end is een symbiose tussen beide.
Depauws logica benadrukt niet alleen de symmetrie tussen man en vrouw, maar ook tussen onder en boven. Een gebroken geslacht wordt met een open nek bekocht. Dat er een rode puntbaard om de meisjesmond groeit is even vanzelfsprekend als de pussybeard tussen haar benen. En daar beneden is weer “a mouth that opens and closes as a womb.” Toch vinden we, haar de vagina in volgend, niet een lege baarmoeder, maar een onbevrucht hart. Het draait bij Depauw niet om de voortplanting, maar om een bevraging van de liefde.
Liefde als gevecht tussen vrouw en man, tussen de blanke nek en het mes, de dorstige mond en de pijnstiller. Liefde die zo sterk is als de dood en alleen met de dood bevochten kan worden. Liefde die overal gezocht wordt, maar alleen vanbinnen groeit.
En liefde voor theater, want vooral daar getuigt Depauw van in deze voorstelling. Haar intelligente script, het verrukkelijke spel, de opslokkende enscenering, de heerlijke gruwel, de ontlading van het eind. Johnson&Johnson smaakt naar meer en doet halsreikend uitkijken naar de volgende keer dat Depauw onze honger stilt.
Lucy van de Wiel
Leave a Reply