Urbanmag* laat de jonge honden los. Lees alles over het Theaterfestival, de voorstellingen, de makers, … en reageer!
Het Leven Zelve Begeleid Op Mandoline
(over The Broken Circle)

SUMMERSCHOOL KUNSTKRITIEK. Lynch in het theater. Beelden die als angels blijven hangen.

Posted: September 4th, 2009 | Author: Urbanmag | Filed under: Extra | Tags: , , , , , | No Comments »

Opvallend. Twee van de theaterstukken die verkozen zijn voor het Theaterfestival 2009 – Johnson&Johnson van Manah Depauw en Nimmermeer van Abbatoir FermÈe/De Maan – worden in De Morgen vergeleken met de films van David Lynch. Toch zijn het twee heel verschillende voorstellingen, van twee heel verschillende makers. Een eerste verkenning naar de werking van het beeld en het onderbewuste.

 

Het oeuvre van Lynch is schatplichtig aan de theorieÎn van Carl Gustav Jung.  Deze negentiende-eeuwse psychoanalyticus introduceerde de begrippen archetype en collectief onderbewuste in ons denken over de menselijke psyche. Jung omschrijft een archetype als een beeld dat onmiddellijk tot ons spreekt, zonder eerst door ons bewustzijn  geanalyseerd te moeten worden. Deze archetypen vinden hun oorsprong in het collectieve onderbewustzijn; een soort gedeeld geheugen, dat alle mensen bezitten. Deze archetypen kunnen begrippen zijn zoals: de duistere, de femme fatale, het onschuldige meisje, enzovoorts. Ze komen tot uitdrukking in beelden die vaak terug komen in dromen, sprookjes of mythen. Lynch voert in zijn films deze archetypen vaak in al hun mysterie op. Zijn karakters zijn moeilijk te vatten of te plaatsen en het is nooit werkelijk duidelijk wie of wat ze zijn.

            De archetypen worden in beide voorstellingen helemaal anders uitgewerkt. Johnson&Johnson is een gruwelijk, sterk seksueel getint sprookje over een meisje dat besmet wordt met een ziekte, en hunkert naar de  ‘pijnstiller’ van een jager met twee gezichten. De personages worden weinig subtiel neergezet door Depauw zelf en haar tegenspeelster Soetkin Demey. Zo heb je de stoere, op seks beluste, extreem mannelijke jager, en is er de jonge vrouw in nood die zowel de onschuldige maagd is, als de  femme fatale. Het is dit type vrouw dat we bijvoorbeeld ook tegenkomen in Lost Highway  van David Lynch. Maar waar de vrouw en wat haar beweegt bij Lynch tot op het einde toe raadselachtig blijft, kan er over de verlangens en intenties van de jonge vrouw uit Johnson&Johnson geen twijfel bestaan.

            Dat de man en de vrouw in het stuk door vrouwen worden gespeeld en dat beiden een baard dragen, geeft weliswaar een schijn van dubbelzinnigheid aan het stuk, maar dat wordt door het expliciete spel van de actrices teniet gedaan. Als Soetkin Demey een op seks beluste vrouw speelt, kruipt ze met haar billen bloot en omhooggestoken venusheuvel over het podium. Deze overdaad aan expliciet seksuele verwijzingen in het stuk doen eerder denken aan Freud – die nagenoeg zijn hele psychoanalyse ophing aan een verstoord libido – dan aan Jung. Ondubbelzinnig rammen de beelden van Manah Depauw hun betekenis door de strot van de toeschouwer. What you see is what you get. Seks is seks, bloed is bloed, dood is dood. Depauws beelden zijn direct en onontkoombaar. De beelden van Lynch daarentegen worden eerder bepaald door dat wat onzegbaar is. 

            In Nimmermeer – een huiveringwekkend sprookje over een gruwelijk jongetje  – leunt de beeldtaal van regisseur Stef Lernous veel dichter aan tegen het mystieke van Lynch. Het verschrikkelijke kind dat zijn moeder in het kraambed vermoordt, groeit gedurende de voorstelling uit tot een verschrikkelijk mannetje met een te groot hoofd. Het wezen roept associaties op met de dwerg in Lynch’s Twin Peaks en Lost Highway. Het kind als bedreiging is een herkenbaar archetype dat overigens ook in Eraserhead, Lynch’s eerste film, voorkomt. Dat het verschrikkelijke jong uit Nimmermeer niet zo eenduidig is als het meisje en de jager uit Johnson&Johnson, komt omdat het verschrikkelijke kind niet alleen verschrikkelijk is, maar, zo voelen we zonder dat het ooit gezegd wordt, ook verschrikkelijk eenzaam. Het wordt hierdoor meer dan een onaantastbaar clichÈ; het wordt menselijk. We verafschuwen zijn uiterlijk maar hebben ook medelijden. Het jongetje zelf blijft echter ongrijpbaar De groteske, knap gemaakte pop die het jongetje voorstelt, spreekt ons aan, maar in geheimtaal..We weten niet waardoor zijn hoofd maar blijft groeien en hebben maar te raden naar wat er allemaal in spookt.   Eenzelfde raadselachtigheid spreekt uit de beschilderde gezichten van de acteurs. Zonder de vinger te kunnen leggen op het waarom, moeten we vaststellen dat ze een enorm griezelig effect op ons hebben. En dit is meteen het grootste verschil tussen de twee voorstellingen. In Nimmermeer blijft er veel onuitgesproken en ongetoond, bij Johnson&Johnson wordt alles je recht in je gezicht geworpen.

            Depauw lijkt in haar voorstelling uit een heel ander, wellicht hedendaags, collectief geheugen te putten dan Lernous. Haar verzameling beelden is een postmoderne potpourri van Walt Disney sprookjes, horrorbeelden, freudiaanse clichÈs en populair wetenschappelijke psychoanalyses. Zo worden tijdens de voorstelling beelden uit de tekenfilm van sneeuwwitje,op hilarische wijze gedubt,  herkennen we allemaal de verwijzingen naar Freud in de open plek in het bos, het bloed, en het mes, en klutst ze vrolijk stereotypische man-vrouwbeelden door elkaar. Hierdoor lijkt Johnson&Johnson eerder een speelse persiflage op Jung en Lynch dan schatplichtig aan hen. Manah Depauw brengt ons bij de vraag  of we geen nieuw soort collectief onderbewuste hebben opgebouwd. Werken de oude beelden nog wel? Is het geen tijd voor iets hedendaagser, lijkt ze te vragen.  En dit is een terechte vraag.Maar door dat luchtige ‘spelen met’ verliezen de beelden wel diepgang. Ze zijn tweedimensionaal en daarmee plat. Misschien treft Depauw daarmee heel raak de expliciete, overdadige, snelle en vaak gewelddadige beeldcultuur van onze tijd.  En wellicht zijn de trage, moeilijk toegankelijke beelden die Lernous en Lynch creÎren in dit opzicht inderdaad ouderwets en voorbijgestreefd. Niet langer in staat om de complexiteit van onze werkelijkheid te vatten. Maar ze slagen er wÈl in een boodschap over te brengen, die rechtstreeks van onderbewustzijn naar onderbewustzijn lijkt overgedragen te worden.  Hieruit blijkt dat de beelden in ons collectieve onderbewuste nog steeds werkzaam zijn en dat de meest directe manier om op onze angsten in te spelen, nog steeds langs deze weg loopt. Toch prefereer ik de onder je huid kruipende beelden van Nimmermeer boven de onontkoombare beelden van Manah Depauw. Ze zijn dan misschien wel rechtoe-rechtaan en uitzonderlijk sterk, ze bijven maar kort hangen. De ongrijpbare beelden van Stef Lernous blijven echter met hun angel in je gedachten steken, en veroorzaken daar wellicht nog jaren nadien interessante kortsluitingen.

Linde Vandenbergh



Leave a Reply